Telkens voor mijn derde verlenging - die recht geeft op een vast contract - werd ik ontslagen, schrijft Janice Hemker-Mapa.

Veel discussies over flexwerk gaan over beleid. Hoewel noodzakelijk geven deze helaas nauwelijks een beeld van de realiteit van uitbuiting die de flexibele arbeidsmarkt kenmerkt. Aan de hand van mijn ervaringen als winkelmedewerker in een groot kledingbedrijf zal ik deze harde realiteit beschrijven.

Werkgevers voeren vaak aan dat flexibilisering van de arbeidsmarkt onontkoombaar is in deze onzekere tijden. Ik stel dat dit een schandalige voorstelling van zaken is waarin in wezen alle bedrijfsrisico's op de samenleving en meest kwetsbare werknemers worden afgewenteld.

Nadat ik enkele jaren als illegale arbeidsmigrant huizen had schoongemaakt, begon ik drie en een half jaar geleden aan mijn legale arbeidsleven in Nederland. Nog geen week na het ontvangen van mijn verblijfsvergunning kon ik aan de slag bij een grote kledingwinkel in de Amsterdamse Kalverstraat. Ik kon niet wachten mijn leven met nieuwe zekerheden op te bouwen. Dit was mijn eerste legale baan in Nederland.

Al snel maakte ik kennis met het keiharde klimaat. Ik werkte voornamelijk met andere vrouwen van buitenlandse afkomst. We maakten onregelmatige uren en werden afgeblaft door onze floormanager om de onaflatende berg gepaste kleding terug te hangen. Door deze meedogenloze mentaliteit overleefden velen hun proeftijd niet. Ik kwam altijd bekaf thuis - doodmoe van de negatieve omgang. Na drie maanden promoveerde ik tot kassamedewerker hetgeen zijn weerslag niet vond in een verbeterd arbeidscontract. Ik durfde hierover geen vragen te stellen.

Achter de kassa werd de werkdruk verder opgevoerd. Ik overleefde de eerste contractverlenging, maar na enkele maanden werd de constante werkdruk en onderlinge afgunst mijn lichaam te veel. Ik verstijfde volkomen. Stijf als een plank werd ik naar het muffe magazijn afgevoerd. Ik kon vandaag helaas niet meer werken. En ja, de volgende dag werd ik wel weer verwacht. Bang om mijn volgende contract mis te lopen draafde ik - volkomen leeggezogen - weer op.

Mijn contract werd niet verlengd. Wel kon ik een aanbeveling krijgen opdat ik per direct bij het nabijgelegen zusterbedrijf als caissière aan de slag kon - en wederom met het slechter betaalde contract van een winkelmedewerker. Mijn contractopbouw begon weer van voren af aan. Zelfde moederbedrijf, maar formeel een nieuwe werkgever. Ook hier kwam ik weer terecht in dezelfde harde werksfeer. Ook hier leidde de werkdruk weer tot een krabbenmand van vrouwen die hun inkomen willen behouden. In de hoop mezelf wat zekerheid te geven hield ik twee jaar en vijf maanden stand. Maar nog geen maand voor mijn mogelijk derde contractverlenging - die mij wettelijk het recht op een vast contract zou geven - kreeg ik voor het eerst een evaluatiegesprek. Ik werd als klein kind weggezet. Na dik twee jaar scoorde ik op zowat alle punten onvoldoende, ondanks dat ik telkens nieuw personeel had getraind. ,,Ik weet zeker dat je vooruitgang zal boeken", werd me toegezegd toen ik geacht werd het te ondertekenen. Niet dat ik dit überhaupt kon weigeren, maar ik vermoed dat ze haar eigen kunstgreep eigenlijk zelf ook iets te gortig vond.

Slechts enkele dagen voor het aflopen van mijn lopende contract kreeg ik van de HR-staf te horen dat ik een andere baan kon gaan zoeken. Het was allemaal niet zo erg, want ik ,,kon ook een uitkering aanvragen". Van mijn manager zelf heb ik nooit meer iets vernomen: geen uitleg, geen dank, geen afscheid, wel geblokkeerd op Facebook.

Voor alle duidelijkheid, het moederbedrijf van beide winkelketens haalde in de periode dat ik er werkte - toegegeven, dit is niet geheel mijn verdienste - recordwinsten.

Soms betrap ik mezelf erop dat ik terugverlang naar mijn zwarte werk als schoonmaakster. Hier was de onzekerheid klip en klaar. Ik had geen sociale rechten, maar verdiende iets meer dan het minimumloon. Bovendien werd ik nog enigszins gewaardeerd. Nu heb ik te maken met overijverige twintigers die maar al te graag orders uitvoeren om de winsten verder op te stuwen. Nee, natuurlijk is zwart schoonmaakwerk denigrerend, onderbetaald en asociaal, maar dat is wit flexwerk niet veel minder.

Janice Hemker-Mapa was winkelmedewerker op een flexcontract in Amsterdam.

Bron: Lexis Nexis. (14-10-2014). NRC Handelsblad - Liever zwart schoonmaken dan flexcontract.

Deel deze pagina

Moet je met een flexcontract ook een hypotheek kunnen krijgen?

Moet een zzp’er een uitkering krijgen als hij of zij ziek is?

Hoe bouw je als zelfstandige pensioen op?

Wie betaalt scholing als je steeds van baan wisselt en hoe zorgen we dat die wisselingen goed op elkaar aansluiten? 

Volg ons