“Ooit gaat het weer beter”. Daar gaan we het liefst vanuit. Na crisis komt altijd groei, die nu al weer een hele tijd aangekondigd wordt. De krapte op de arbeidsmarkt keert ook weer terug, wordt beweerd. Maar er is geen wet of wetmatigheid die zegt dat er groei komt, dat er werk komt - wat politici en economen ook beloven. Curves hebben geen voorspellende waarde.

Vooralsnog stromen ieder jaar ongeveer 200.000 schoolverlaters de arbeidsmarkt op. Deze markt wordt voller en voller, ook al omdat de pensioenleeftijd is verhoogd, en arbeidsgehandicapten zich massaal (moeten) melden als werkzoekend. Ondertussen belandt de werkloosheid op een structureel hoger niveau, en het Bruto Binnenlands Product groeit nauwelijks meer. Datzelfde BBP wordt ook nog eens geherdefinieerd. Zo werd op 25 juni 2014 Nederland opeens 40 miljard rijker omdat onder meer drugshandel meetelde in de berekening ervan. Heeft u persoonlijk iets van deze pseudo-stijging gemerkt? Ook de werkloosheid wordt nog wel eens anders gedefinieerd.

Op 1 januari 2015 is het weer feest in politiek Den Haag. De beroepsbevolking wordt dan vergroot - voortaan tellen mensen tot 74 jaar mee in plaats van tot 65 jaar. Procentueel daalt dan de werkloosheid, in de praktijk blijven net zoveel mensen werkloos als voorheen. Er gaat een gouden economische periode aanbreken, met continue groei van de economie en afname van de werkloosheid.

Op papier dan.

Door de huidige, langdurige neergang van de economie zullen meer mensen dan ooit rekening moeten houden met een periode van werkloosheid. Ook als we een (vaste) baan hebben, moeten we steeds meer concurreren met andere werknemers. Werk krijgt een steeds belangrijker plek in de maatschappij, terwijl er minder van is. Of het verwordt tot iets als dit: http://www.denieuwereporter.nl/2014/11/werkervaringsplaatsen-bij-bdumedia-een-prima-idee/

Geen baan dus, maar gewoon platte pseudoslavernij.

Arbeidsmarktdeskundigen houden vast aan de vervangingsprognoses die doen alsof elke gepensioneerde vervangen wordt door een nieuwe Nederlandse professional. Het is de logica van gisteren; zelfs een totaal economisch herstel betekent niet vanzelf herstel van de werkgelegenheid. We willen nu eenmaal goedkoop produceren.Volhouden dat de arbeidsmarkt (met te veel aanbod, te weinig vraag) bij groei zich automatisch herstelt is hetzelfde als zeggen dat de markt van postzegels en munten zich automatisch herstelt.Terwijl er nu simpelweg meer postzegels en munten en minder verzamelaars/kopers zijn.

Conclusie
Het idee van werk voor iedereen blijkt onhaalbaar, zelfs in tijden van hoge economische groei.We kunnen inzien dat het mooi is dat we zo efficiënt zijn dat niet iedereen betaald hoeft te werken.

Als we doorgaan zoals het nu gaat, zal de samenleving ingrijpend veranderen. Nabij is een alles-of-niets-maatschappij: een aantal mensen gaat het behoorlijk goed tot zeer goed, de rest zit rond minimumloon of lager en moet het doen met de hoop verder te komen. Een hoop die de boven ons gestelden altijd aan zullen wak- keren. Met positieve berichtjes als:‘0,1 procent groei’, ‘minder faillissementen in mei ten opzichte van vorige jaren’ en:‘een kleinere krimp’,‘werkloosheid neemt met 10.000 af’,‘supermarkten meldden meer bestedingen’, ‘minder werkloosheidsstijging dan verwacht: econo- misch herstel’ en natuurlijk:‘inkomen neemt af, export neemt toe’. Het is staatspropaganda: privé merken we er niets van.

Meer mensen hoog opleiden is geen oplossing voor werkloosheid en andere problemen.Veel banen zijn bezigheidstherapie. Het doel van werk zou moeten zijn: echte waarde creëren.We hebben handen aan het bed nodig, schoonmakers, technici, goede onderwijzers. Alles waar op de laatste decennia bezuinigd is en wat matig betaald wordt. Meer kantoorpersoneel, meer managers en adviseurs zijn niet nodig. Dus veel van die banen zouden wegmoeten.

Zal dát allemaal gebeuren?

Ik heb mijn twijfels.

De belangen van werkgevers én werknemers zijn te groot, verandering zal tergend langzaam gaan en mogelijk te laat komen. Economie en maatschappij gaan totaal niet

om mensen, maar om wat Pim Fortuyn ‘de dans om het gouden kalf, de afgoderij van het getal’ noemde. De gevestigde politieke partijen zijn altijd druk met hun rekenmodelletjes tot ver achter de komma. Helemaal aan het einde van de agenda staat de terugkeer van de menselijke maat in leefgemeenschappen, onderwijs en gezondheidszorg die Fortuyn zo hartstochtelijk bepleitte.

Science Fiction-schrijver H.G.Wells (1866-1946) schreef dat, ongeacht in welke maatschappij, het aantal mannelijke jonge werklozen een kritiek punt niet moet overschrij- den om een samenleving stabiel te houden.Anders komt het tot rampzalige uitbarstingen. Met 40 jaar, zo meende Wells, berust de mens in zijn lot. Zijn gelijk blijkt aardig in Arabische samenlevingen waar veel jonge, kansloze mannen zich tot terrorisme aangetrokken voelen. En uit rellen onder jongeren in Engeland in 2011, waar de jeugdwerkloosheid toen rond de 20 procent zat. Waarom zou dat niet in Nederland, met een percentage werkloze jongeren van rond de 16 procent?

Het is nog niet zover: als ik Nederlandse werklozen spreek, valt me op hoe zoet ze zijn. Hoezeer ze zijn gebrainwashed door het idee van totale werkgelegenheid. Ze denken echt dat op ieder potje een dekseltje past. Ik hoor ze hun standaardkreten slaken:

‘Waarom krijg ik geen kans?’ En iedereen reageert begrijpend en zegt: ‘Joh, die kans komt echt een keer.’

Maar ik denk en zeg dan: ‘Er zijn velen zoals jij. Je bent niet bijzonder, net zoals ik dat niet ben.’

In de roman Lijmen (1923) van Willem Elsschot valt te lezen:‘Iedereen wil nummer één zijn of tenminste doorgaan voor nummer één. De meesten gaan er nog liever voor door.’ Ook dat zou moeten veranderen, en díe mentaliteitsverandering is het moeilijkste.

We kunnen niet allen winnaars zijn.

Dit is een bewerkt fragment uit het zojuist verschenen “Waar blijft die baan?: tien sprookjes over de arbeidsmarkt” (uitgeverij Tiem) van Renzo Verwer. Het arbeids- en economische discours is met sprookjesen mythes vervuild, stelt Verwer. Veel mensen worstelen met slechts vaag verwoorde gevoelens dat er iets niet klopt in al die verhalen over de arbeidsmarkt. Ze zien dat bedrijven een verslechtering van arbeidsvoorwaarden presenteren als een verbetering, ze zien dat iedereen zonder plan de arbeids- markt op wordt gejaagd, en dat flexwerken heilig wordt verklaard.

Renzo Verwer probeert in “Waar blijft die baan?: tien sprookjes over de arbeidsmarkt” hun onbestemde gedachten te verwoorden. Die mensen zijn niet gek. Er wordt ons te veel onzin verteld, en er wordt vaak ronduit gelogen.
Waar blijft die baan? Is verkrijgbaar bij boekhandel, bol.com en via http://uitgeverijtiem.nl/index.php?page=shop . Het kost 20 euro.

Deel deze pagina

Moet je met een flexcontract ook een hypotheek kunnen krijgen?

Moet een zzp’er een uitkering krijgen als hij of zij ziek is?

Hoe bouw je als zelfstandige pensioen op?

Wie betaalt scholing als je steeds van baan wisselt en hoe zorgen we dat die wisselingen goed op elkaar aansluiten? 

Volg ons